Suzanne neemt je mee … Over presentie en kerk-zijn

Naar: Marcus 6:45 - 56
Regelmatig word ik gevraagd wat presentie inhoudt. Veelal door mensen die wel weten dat Presentie het fundament is van het werk van diaken, waaronder mijn werk. Maar het misschien niet helemaal bevatten of begrijpen. De vraag verbergt een bijzondere nieuwsgierigheid naar wat je zou kunnen zeggen het evangelie. Niet het blijde of goede evangelie als ‘bekijk het eens van de zonnige kant’, maar omdat in, door en met dat evangelie je leert vertrouwen op het goede. Het intens, diepe en ware goede. Omdat je daarin wil leren geloven. Omdat je daar naar toe vaart. Maar vooral omdat je daar vanuít gaat. Diezelfde nieuwsgierigheid onthult ook het eerste van presentie. Namelijk meegenomen willen worden naar een bankje aan het water. Ergens voel je, proef je, weet je dat je met haar mee mag gaan. Dat ze je van alles leert, vertelt, laat zien. Maar je voelt, proeft, weet tegelijk, dat je haar dát nooit kan geven … namelijk grensoverschrijdende liefde. Deze verscheurdheid tussen hoop en angst. Tussen willen maar amper durven. Tussen Liefde en vergetelheid. ‘Want je wilt wel met haar meegaan, samen naar de overkant. Maar je moet haar wel vertrouwen want zij houdt al jouw gedachten in haar hand.’ Deze verscheurdheid zorgt desondanks dat je haar hand vastpakt en laat leiden naar beneden. Afdalend naar een bankje aan het water.

En daar zittend .. kijkend en de onmetelijke liefde voor haar voelend, ben je rustig en stil. Terwijl je beseft dat je nooit kan tippen aan haar. Haar nooit de liefde durft te geven, omdat je dat niet durft, omdat je dat jezelf nog niet toevertrouwt. En omdat je niet over water kan lopen. 

Dus zit je naast haar en onthoudt je waar zij naar kijkt, als ‘evangelie’ voor later. Ze toont je waar te kijken. Tussen het afval en de bloemen. Naar de helden in het zeewier. En naar de kinderen in de ochtend, snakkend naar een beetje liefde. En zo altijd zullen ze blijven snakken. Want zij heeft die spiegel in haar hand … net als jouw gedachten.

En zo snakt ook de menigte, met een blind vertrouwen in de heer, naar het aanraken van slechts Zijn zoom. De leerlingen die juist dichtbij Hem zijn en van hem het evangelie leren. Terwijl die leerlingen angst en siddering kennen en ziende blind zijn.

In de versie van dit lied van Cohen – een van mijn favoriete predikanten – wordt onthuld, wat verborgen blijft in de versie van Herman van Veen. Dit meisje, Suzanne is haar naam, is gekleed in de vodden en veren die ze gehaald heeft bij het Leger des Heils. Niet dat ze vodden verkopen daar. In tegendeel! 

Maar dit intrigerende meisje, waar je zo weg van bent, omdat ze je hele gedachte wereld van binnen en buiten kent. Omdat ze jouw kent. Dit meisje waar je niet van durft te houden, omdat zij zo, intens en immens wel van jou kan houden. Dit meisje loopt in vodden. Dit meisje neemt je mee naar beneden. Dit meisje leidt je naar de rivier. Dit meisje toont je waar je moet kijken. 

Zodat jij … net als ik … leert vertrouwen. Haar leert vertrouwen. Want je wilt o zo graag meegaan, samen naar die overkant.

Ook ons is het evangelie gegeven, want immers ze geeft je graag iets tastbaars. Het evangelie dat verhaalt over Jezus als zeeman. De mens die op het water liep. En ook hij brengt een lange tijd door met kijken, vanuit zijn eenzame toren. Om, na lange tijd kijken, tot de woorden te komen ‘alle mensen zullen zeelui zijn, tot de zee hen zal bevrijden’. 

Die man, die mens, is gebroken. Hij is verlaten, gekweld, gekwetst en ontkend. Hij, die man, zonk tot onder jouw wijsheid als een steen…

En hij is niet de enige die gezonken is als een steen, niet de enige die vergeten of verlaten is. Kijk naast je en je ziet haar. Kijk achter je en zie wie er is gevallen. Of kijk voor je in de ogen van wie je houdt.

Maar Suzanne neemt je mee naar een bankje aan het donkere water. Om stil te zitten en te kijken. Naar wat de mensen zoal doen. Gretig of gul. Onnozel of wijs. In liefde of vergetelheid.

Mocht je nu nog steeds vraagtekens boven je hoofd hebben zweven omdat je nog steeds niet bevat of begrijpt wat Presentie nu dan is - anders dan dat het niet die stichting is met die soortgelijke naam. Troost je. Dat weet niemand. Niemand volledig en echt. 

Maar weet wel als je weer eens over de snelweg sjeest, of doelgericht naar de toekomst rent. Of als je voortvarend verder gaat, waar je als kerk mee bezig bent. 

Zit eens stil. Op een bankje.
Naast een meisje, of een man. Of een mens met vodden en veren. 

Als je durft … Durf te kijken.

Anna van der Meer

Zoeken