Armoedebevrijding?!

Lakens uit het raam – met een knoop erin! – is het teken van verzet tegen armoede op 17 oktober, de werelddag tegen armoede. De lakens zijn een symbool van bevrijding uit de gevangenschap. Bevrijding uit een uitzichtloze situatie. In de lakens zit een knoop om goed in je oren – of in een zakdoek – te knopen dat je nooit, nooit, nooit mag vergeten dat er armoede is. De knoop ook, in je buik of je maag als het gevoel van pijn, maar ook boosheid en frustratie over het enorme onrecht ervan.
Het gevoel dat je met een touw om je heen wil slaan, en de woekeraars en profiteurs wilt geselen. Gemengd met een gevoel van teleurstelling, frustratie en wanhoop, omdat het je niet lukt – juist daar waar je met je hele buik en baarmoeder toe bewogen voelt: zorgen, betrokkenheid, verbinding en liefde voor de minste, de kwetsbare. Omdat je ten diepste van binnen weet, dat ook jij dat bent. Een minste, een kwetsbare.
En alhoewel de arme in de bijbel zeven namen kent – kennen wij de arme wel? Een arme, een minste als de blinde, verguisde Bartimeus, niet serieus genomen en overschreeuwd door anderen en in de steek gelaten door zijn vader Timeus, die zijn naam eer aan doet. Of de kwetsbare David wanneer hij naakt dansend zijn Heer dient en hooghartig vernederd wordt door Michal.
Als diaconaal werker loop ik al een tijdje op het pad van armoedebestrijding. Immers, armoede lijkt me net zo duidelijk verbonden met de diaconie als een kip met een ei. Daarnaast, het is – of was- het eerste punt van het beleidsplan van de diaconie van de Protestantse Gemeente van Drachten. Is het daadwerkelijk de eersteling? Of willen we alleen maar zo zijn en net als Michal of Timeus; de eer en het begeerlijke succes voor de buitenkant? Wanneer zijn we er klaar voor – diakenen die we allemaal zijn – om echt te gaan díenen?

Een arme sprak eens: “Wij leven niet, wij houden de dood tegen!”. Het is over-leven, een niet-leven, een a-leven. Leven in armoede is dichter bij de dood leven, dan bij het leven. Het is achternagezeten worden door Sauls jaloerse speren. Het is leven in de benauwende gevangenschap van Egypte. Het is de volledige onvruchtbaarheid, omdat er geen enkel perspectief meer is. Of ooit gaat komen.

En ja, dit is een aanklacht. En wie weet schiet het bij de juiste persoon op een misplaatst moment wel in het verkeerde keelgat. Hoe dan ook, ik besef me dat ik wèl een perspectief heb om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Perspectief om lange lakens met knopen uit het raam te kunnen hangen. Perspectief om (aan) te klagen. Perspectief om een dialoogtafel te openen. Maar schuif jíj dan ook aan? 

Het huis van de arme is een huis,
dat geen bescherming biedt.
Regen van rechteloosheid lekt door het dak
en laat diepe sporen na op de muren.
De oostenwind
van ontkenning en vernedering
komt langs kieren
van ramen en deuren binnen
en vult het huis van de arme
tot in zijn verste hoeken
met zijn ijzige koude 

De taal van de arme
Schiet in woorden tekort
om zijn lijden te duiden.

Uit “Thomas”
Anna van der Meer, Diaconaal werker PGDrachten

Zoeken