Kennismaken met ds. Hans de Jong, een niet-alledaagse predikant

Nadat ik ds. De Jong had bezocht aan de Tweegebroeders nr.13, moest ik onwillekeurig denken aan “Het Grote Gebeuren”, een verhaal van Belcampo uit de vorige eeuw dat zich afspeelt in Rijssen waar ds. De Jong vandaan komt.

Belcampo had enige jaren in Rijssen gewoond waar dit bizarre verhaal zich afspeelt. Niet dat ds. De Jong een bizarre predikant is, maar hij is wel een dominee met een eigen mening en een eigen stijl.

Dat bleek al spoedig in ons gesprek dat plaats vond in zijn woning die alle kenmerken vertoonde van een periode van overgang: hier een doos met “De korte verklaring der Heilige Schrift”, daar een pot verf met een kwast, dat alles in een bijna lege ruimte met een antiek tafeltje. De echte verhuizing, het grote gebeuren, zal pas op 21 juli plaatsvinden.

Eerst enkele personalia: Hans de Jong werd in 1965 in Harkema geboren in een Hervormd-confessioneel gezin. Hij heeft een oudere broer en een tweelingzus. Na de lagere school behaalde hij in Buitenpost zijn Vwo-diploma. Dat daarna ds. De Jong voor de studie theologie kiest, is achteraf best te begrijpen. Als 15-jarige organiseerde hij al enkele jeugddiensten. Als lid van de plaatselijke voetbalclub moest hij twee keer per week trainen, maar één keer viel samen met het catechisatie uur. Hans liet de tweede training schieten.

Hij gaat theologie studeren in Kampen en niet in Groningen. Dat had voor een hervormde jongen misschien meer voor de hand gelegen. Groningen lijkt hem te grootschalig, Kampen is minder massaal.

Natuurlijk moet hij eerst de oude talen Grieks, Latijn en Hebreeuws onder de knie krijgen. Daarna volgt de echte studie theologie. Ds. De Jong vertelt met passie over de hoogleraren van wie hij onderricht heeft gehad: Okke Jager, Gerard Rothuizen en Klaas Runia, grote namen die bij de oudere lezers zeker bekend zijn.

Ds. De Jong is getrouwd en heeft twee zonen( 21 en 18 jaar) en een dochter van 14.

De eigen mening en de eigen stijl komen naar voren als we het onderwerp “Preken” aansnijden. Ds. De Jong draagt geen toga. Dat is een bewuste keuze. Het zou voor hem een afstand scheppen tussen hem en de gemeente terwijl hij juist graag wil dat er in een kerkdienst een ontmoeting plaatsvindt, tussen hem en de mensen en daarin vooral de ontmoeting met God.

Daarom ook preekt hij “uit het hoofd”. Deze opmerking kan misverstanden oproepen. Natuurlijk bereidt hij de preek voor. Als hij een tekst gevonden heeft, besteedt hij een groot deel van een paar dagdelen aan Bijbelstudie en bespreekt het bestudeerde soms in het pastoraat en catechese.

Op zaterdagmorgen moet alle voorbereiding als resultaat opleveren dat al pratende de preek ontstaat, waarbij hij de belangrijkste stappen in een bepaald schema noteert. Daarna is het richting de kerkdienst zaak om scherp te blijven en geregeld de preek te oefenen.

Zou hij deze methode van Okke Jager hebben geleerd die zei: “De dominee moet niet met zijn hoofd in de preek zitten, maar de preek moet in zijn hoofd zitten”?

Hij volgt geen vast jaarrooster. Wel houdt hij natuurlijk rekening met het kerkelijk jaar, het rooster van de kindernevendienst en met gebeurtenissen die passeren. Hij maakt twee belangrijke opmerkingen: “Preken is zoeken naar een landingsplaats voor het WOORD”

En: “Er wordt wat ingestopt”. Met dat laatste bedoelt hij dat de Heilige Geest, als het goed is, in de preek aanwezig is.

Een eigen stijl en een eigen mening: Ds. De Jong is tien jaar scheidsrechter geweest bij de K.N.V.B., is nu nog grensrechter bij het team van zijn dochter, rijdt motor, is graag sportief bezig met fietsen of wandelen, ziet klussen in en om huis en tuinieren steeds meer als ontspanning.

Op de vraag hoe hij de toekomst van de kerk ziet, zegt hij: Het is niet onze kerk, het is de kerk van Jezus Christus. Zij zal niet verdwijnen. Omzien naar elkaar, samenkomen voor de lofzang zullen blijven, maar de kerk moet binnenstebuiten. Hij droomt van een kerk met gevarieerde diensten. De kerk moet zich op andere plaatsen manifesteren met jongerenmeetings, zomerdiensten in tenten, een dienst bij de plaatselijke voetbalclub, ontbijten met ondernemers die in de buurt zijn.

Het kerkgebouw zou veel multifunctioneler moeten zijn, een ontmoetingscentrum waar heel de dag door mensen aanwezig zijn om anderen van dienst te zijn; een kapster die een ruimte huurt, een restaurant waar voor weinig geld een warme maaltijd gegeten kan worden, waar ouderen elkaar kunnen ontmoeten, een plek waar jongeren zich welkom voelen, een gastouderbureau waar kinderen opgevangen worden en in diezelfde ruimte is zondags de kinderoppas, met in de avond kerkelijke activiteiten als bijbelstudiegroepen, catechisaties, gebedsgroepen etc.

Voorlopig zal ds. De Jong zijn werkzaamheden in en rondom de Oase vinden.

Het zal nog niet het “Grote Gebeuren” zijn waarvan hij droomt.

Wij van Geandewei hopen dat hij en de leden van zijn gezin zich hier thuis mogen voelen en dat Gods zegen hen zal vergezellen.

Henk Meijer

Zoeken